Het speerpunt van het kabinet om het aantal schoolverlaters terug te brengen naar 35000 op jaarbasis lijkt niet te worden gehaald, blijkt uit het onderzoek 'Gestruikeld voor de start. De school verlaten zonder startkwalificatie' van het SCP. Goede loopbaanorientatie en -begeleiding wordt gesuggereerd als een oplossing voor het probleem.
Uitvallers van het MBO noemen een verkeerde studiekeuze als belangrijke oorzaak voor het niet afmaken van hun studie. Uit het onderzoek blijkt dat veel MBOers een matig ontwikkeld beroepsbeeld hebben. Goede loopbaanbegeleiding en -orientatie zou het kiezen van een passende opleiding moeten vergemakkelijken, wordt in het onderzoek van het SCP geconcludeerd.
Loopbaanbegeleiding: keuze gebaseerd op realistisch beroepsbeeld en goed zelfbeeld
Bij loopbaanbegeleiding kan gedacht worden aan het aanscherpen van het beroepsbeeld, maar ook aan het ontwikkelen van een goed zelfbeeld. VMBO-scholen kunnen het aanscherpen van een beroepsbeeld faciliteren door leerlingen mee te nemen naar de locaties waar beroepen worden uitgeoefend, docenten van MBO-opleidingen uitnodigen om te vertellen over de opleiding en mogelijk door ouders van leerlingen uit te nodigen om te vertellen over hun beroep. Een aantal van deze suggesties wordt ook besproken in het odnerzoek van het SCP.
Nog geringe aandacht voor ontwikkelen van een goed zelfbeeld
Het ontwikkelen van een goed zelfbeeld is mijns inziens minstens zo belangrijk voor het komen tot een goede keuze studiekeuze. In het rapport wordt hier helaas geen aandacht aan besteed. Een goed zelfbeeld waarbij de leerling zijn/haar kwaliteiten en valkuilen kent is van groot belang bij het maken van een studiekeuze. Docenten, ouders en leerlingen nemen veelal vervolgopleiding of beroep en het leren kennen er van als uitgangspunt. Mijns inziens wordt de focus hiermee afgehouden van waar deze op zou moeten liggen: de kwaliteiten van de leerling. Wanneer een leerling zich goed bewust is van zijn/haar kwaliteiten en/of valkuilen, wordt de keuze voor een vervolgopleiding of beroep veel minder lastig. Er wordt hiermee namelijk gezocht naar een 'fit' van zelfbeeld en beroepskeuze in plaats van naar een aansprekende vervolgopleiding waar bijvoorbeeld veel werk in is of veel geld in is te verdienen wordt gekozen.
In kaart brengen van kwaliteiten leidt tot goed zelfbeeld en ondersteunt beroepskeuze
Bij het ontwikkelen van een goed zelfbeeld gaat het om zowel het scherp krijgen als het uitdiepen van kwaliteiten van leerlingen. Deze kwaliteiten kunnen in kaart worden gebracht door bijvoorbeeld capaciteitentesten. Hieruit komen elementen naar voren waar een leerling (mogelijk) potentie in heeft. Leertesten kunnen daarnaast uitwijzen hoe een leerling het beste leert; bijvoorbeeld door te lezen, luisteren of te doen.
Ontplooiing van kwaliteiten in vroeg stadium ondersteunt de beroepskeuze
Het ontplooien en uitdiepen van kwaliteiten is minstens zo belangrijk om een goede beroepskeuze te kunnen maken als het scherp krijgen ervan. Scholen kunnen hier een belangrijke ondersteuning in bieden. Zo kunnen zij leerlingen stimuleren om meer tijd te besteden aan vakken waar zij goed in zijn door hen bijvoorbeeld uitgebreidere of meer opdrachten hierin te laten doen. Aan populaire vakken kunnen extra niveaus worden toegevoegd. Het komt erop neer dat leerlingen hierdoor meer tijd gaan besteden aan vakken waar zij goed in zijn. De basisvakken die van belang zijn voor de voorkeursrichting van een leerling zouden daarnaast extra focus moeten krijgen. Immers, zonder een goede basis kan verdieping van een vakgebied nauwelijks worden opgezocht. De relevantie van deze basisvakken zou voor een leerling dan ook stijgen.
Verdieping van kwaliteiten voor passende keuzes
Basisvakken die niet bijdragen aan de voorkeursrichting en kwaliteiten van de leerling zouden naar mijn mening minder gewicht in de schaal mogen hebben. Hierbij wil ik opmerken dat ik het introduceren van leerlingen met alle basisvakken van belang vind en dat voor generalistisch aangelegde leerlingen ik het volgen van alle basisvakken graag aanmoedig. Echter, ik pleit voor meer mogelijkheden om focus en verdieping aan te brengen binnen vakgebieden wanneer een leerling daar behoefte aan heeft. Hierdoor ontstaat mijns inziens verdieping van kwaliteiten die leiden tot passende keuzes voor vervolgopleidingen en beroepen. Deze kwaliteiten kunnen later op de arbeidsmarkt beter benut worden.
Fenneke de Nooij
Reacties